Archeologiebeleid van Nederland

Rijksbeleid
Meer dan een derde van het nationale bodemarchief is ongezien verloren gegaan sinds de Tweede Wereldoorlog. Om verdere schade te beperken en zoveel mogelijk te voorkomen, ondertekende Nederland op 16 januari 1992 het Europese Verdrag inzake de bescherming van archeologisch erfgoed in Valletta (Verdrag van Malta). Als uitgangspunt voor Europese landen geldt sindsdien het behoud van archeologische waarden in situ, dat is op de plaats waar die waarden zich bevinden.

Verdrag van Malta
Het Verdrag van Malta bepaalt dat archeologische waarden bij de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen expliciet moeten worden meegewogen en waar mogelijk ontzien. Wanneer bescherming en inpassing niet mogelijk is, moet de archeologische informatie middels onderzoek veilig worden gesteld. De kosten die hiermee gepaard gaan worden verhaald op degene die de voorgenomen ingreep wil uitvoeren.

Monumentenwet
Per 1 september 2007 is de Monumentenwet 1988 in de zin van dat Europese Verdrag aangepast en in werking getreden als Wet op de archeologische monumentenzorg. Op grond van de Monumentenwet 1988 genieten in Zeeland 77 archeologische monumenten een wettelijke bescherming. Bescherming, handhaving en vergunningverlening ten aanzien van de beschermde monumenten wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De rijksdienst adviseert daarnaast landelijk opererende convenantspartners als Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, Gasunie, Prorail en Natuurmonumenten. Met de wijziging in 2007 zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor het beheer en behoud van archeologische waarden binnen hun grondgebied.
 

Meer Archeologiebeleid