Neanderthaler of homo sapiens

In december 2012 kwam archeoloog Hans Jongepier in het archief van het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD) van SCEZ bij toeval een dossier tegen met daarin een kort maar wel intrigerend bericht over een menselijke onderkaak, die van een Neanderthaler kon zijn geweest. 
 
De heer W.F.A. Guilonard uit Dordrecht had de kaak al in 1957 gevonden in schelphopen bij Brielle. De schelpen waren opgezogen door een schelpenzuiger in de Westerschelde, ter hoogte van Ellewoutsdijk. De schelpen waren vervolgens naar Brielle vervoerd voor de kalkbranderijen. Guilonard, die verzamelaar was van fossiele schelpen, trof daar ook veel fossiele stukken bot aan van pleistocene zoogdieren, zoals van de mammoet, wolharige neushoorn, steppewisent, rendier, reuzenhert, grottenleeuw en –hyena. 
 
Onderzoek
Professor J. Huizinga, hoogleraar fysische antropologie (of antropobiologie) aan de Rijksuniversiteit Utrecht, heeft de onderkaak begin jaren zestig van de vorige eeuw onderzocht en was geneigd deze toe te schrijven aan een Neanderthaler, dit op basis van het ontbreken van een duidelijk kinuitsteeksel en een afwijkend kiezenpatroon. In het desbetreffende dossier bevonden zich nog enkele andere documentatiestukken. Zo had de voormalig provinciaal van Zeeland, J.A. Trimpe Burger, aan de heer Huizinga gevraagd om een afgietsel van de kaak voor het archeologisch museum in Aardenburg te laten maken. 
 
Zoektocht
Het is vreemd dat nadien weinig ruchtbaarheid meer is gegeven aan deze opmerkelijke vondst. Jongepier, gespecialiseerd in de prehistorie, besloot op zoek te gaan naar de onderkaak. Dat bleek echter een hele speurtocht. De vakgroep antropobiologie bestaat niet meer en bij de Universiteit Utrecht (UU) konden ze hem aanvankelijk ook niet verder helpen. Natuurlijk moest allereerst de heer Guilonard of familie van hem worden opgespoord. Het heeft de nodige moeite gekost een familielid te vinden, maar dat was wel direct zijn zoon, die ook in Dordrecht woont. Hij deelde mede dat zijn vader in de jaren negentig op 93-jarige leeftijd was overleden. Hij wist zich vaag iets van de kaak te herinneren, maar hij wist niet waar deze zich bevond. Hij zei dat zijn vader zijn collectie had geschonken aan het Natuurhistorisch Museum (NHM) te Rotterdam, aan Naturalis te Leiden en aan andere verzamelaars. Dat bleek bij navraag te kloppen. 
 
Database
In de database van het NHM staat een groot aantal items van de hierboven genoemde pleistocene zoogdieren die door Guilonard waren gevonden, zelfs met toevoeging van coördinaten. De onderkaak moet zich ook in de collectie van het NHM hebben bevonden, maar is ergens in de jaren tachtig kwijtgeraakt, mogelijk door een brand in 1987. Naturalis en een particulier uit Middelburg hebben enkel een deel van de schelpencollectie van Guilonard overgenomen. 
 
Goed bericht ...
Op een gegeven moment kreeg de SCEZ bericht van de UU dat contact zou kunnen worden gezocht met het Universiteitsmuseum van de UU. De heer Paul Lambers, conservator van het museum, schreef dat het museum een deel van de collectie van het instituut van Huizinga had overgenomen, voornamelijk afgietsels van paleo-antropologische en archeologische vondsten, en een aantal apenskeletten. Hij deelde mede dat er drie afgietsels van de onderkaak in het depot van het museum aanwezig zijn; de originele kaak echter niet. Foto’s van de afgietsels werden aan de SCEZ gestuurd. Aanvankelijk had Lambers twijfels of het wel om een kaak van een Neanderthaler zou gaan, maar na bestudering van de afgietsels en wat vakliteratuur kwam hij tot de voorzichtige conclusie dat dit inderdaad toch wel eens het geval zou kunnen zijn. Met correspondentie en overleg tussen Lambers en Jongepier is besloten fysisch antropoloog Paul Storm bij het onderzoek te betrekken, om meer zekerheid te verkrijgen. 
 
Onderzoek afgietsels
Paul Storm heeft de afgietsels grondig onderzocht op 12 kenmerken van Neanderthalers en heeft de afgietsels aan specialisten in Parijs en New York laten zien. Zijn conclusie was dat het ontbreken van de kin – al geconstateerd door Huizinga - een sterk argument vormt om de onderkaak van Ellewoutsdijk toe te schrijven aan een Neanderthaler. Maar het grootste deel van de beoordeelde kenmerken van de kaak komt meer overeen met die van de moderne mens (homo sapiens) dan met die van Neanderthalers. De kaak van Ellewoutsdijk zou dan van een modern menstype geweest kunnen zijn, maar met enkele kenmerken uit een verder verleden. Hierbij kan worden gedacht aan menging tussen Neanderthalers en moderne mensen, die rond 35.000 jaar geleden kan hebben plaatsgevonden. DNA-onderzoek van andere vondsten heeft aangetoond dat zo’n menging bestaat en dat de moderne mens nog enkele procenten van Neanderthaler-DNA heeft.
   
Zoektocht gaat verder
Samengevat komt het er op neer dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over de datering van de kaak en tot welk menstype hij heeft behoord. Dit kan alleen worden opgelost als de echte onderkaak boven water komt, want dan kan hij natuurwetenschappelijk worden gedateerd en verder onderzocht. De speurtocht daarnaar is nog niet voorbij…
 
Literatuur
 
Website

 

Meer informatie